menu

‘Egalitaire winstdeling voor accountants’


,  1 oktober 2019

Egalitaire winstdeling moet de standaard worden voor partners van accountantsorganisaties. Voor het toezicht op de accountancysector moet een nieuwe toezichthouder worden opgericht; de AFM raakt die taak kwijt. Dat zijn enkele van de voorlopige bevindingen van de commissie die de minister van Financiën adviseert over hoe het nu verder moet met de sector.

De Commissie Toekomst Accountancysector (CTA) publiceerde vandaag een tussentijdse rapportage. Alle betrokkenen kunnen daar de komende weken op reageren en dan zal enkele weken later het eindrapport verschijnen.
De commissie, onder leiding van Annetje Ottow, hoogleraar Economisch publiekrecht aan de Universiteit Utrecht, heeft de opdracht te onderzoeken hoe de kwaliteit van de accountantscontrole kan worden verbeterd. Daarbij worden enkele harde noten gekraakt. Om te beginnen wordt vastgesteld dat een eenduidige maatstaf ontbreekt om die kwaliteit te beoordelen. Mede als gevolg daarvan ontbreken ook de gegevens om die kwaliteit vast te stellen, zo constateert de commissie. Daar moet meer transparantie over komen: een rapportagesysteem waarin accountantsorganisatie regelmatig hun scores publiceren op meerdere niveaus van kwaliteit, van voldoen aan alle regeltjes tot aan indicatoren voor de cultuur binnen de accountantsorganisatie.

Het gebrek aan goede informatie over kwaliteit is een van de punten die de sector en de toezichthouder zich kunnen aanrekenen, zo lijkt de conclusie te zijn. In ieder geval zegt de commissie dat het stelsel van toezicht niet voldoet: ‘Het stelsel van toezicht op de accountancysector functioneert niet naar behoren. De drie toezichthouders hanteren elk een andere invalshoek en stijl. De combinatie van belangenbehartiging en toezicht bij NBA en SRAS (beroepsorganisaties, GD) is onwenselijk.’ De huidige toezichtsstructuur moet daarom worden vervangen door één onafhankelijke toezichthouder.

Naast het falen van het toezicht wijst de commissie als oorzaak van de aanhoudende kwaliteitsproblemen op het trage veranderingsproces bij accountantsorganisaties zelf. Sinds 2014 zijn stappen gezet naar een cultuurverandering, maar ‘de cultuurverandering is nog onvoldoende duurzaam geborgd’, schrijft de commissie. ‘Het veranderingstraject lijkt gebaseerd op een extrinsieke in plaats van een intrinsieke motivatie. (…) Het volgende incident ligt op de loer, waarbij er weliswaar een perfect controledossier is, (…) maar de accountant heeft gemist wat er werkelijk speelt.’

Met andere woorden: men verandert omdat het moet, niet omdat men daar zelf de zin van inziet. Dat heeft nogal wat gevolgen: ‘Het is niet waarschijnlijk dat de cultuurverandering al duurzaam is verankerd op het diepste, onbewuste niveau van de organisatie.’ Zolang dat niet het geval is, blijft het risico bestaan dat veranderingen worden teruggedraaid als de externe druk wegvalt.

Het vizier van de commissie wordt dan met name gericht op het beloningsmodel. Ten eerste zou voorkomen moeten worden dat partners die binnen korte tijd zullen uittreden ‘in staat zijn om direct of indirect het financieel eigenbelang te laten prevaleren boven het lange termijn belang van de onderneming en het publiek belang van een goede controlekwaliteit’. Maar ook zou het hele beloningenregime op de schop moeten. ‘Een vaste beloning in plaats van een variabele beloning geniet de voorkeur. Ten aanzien van winstdeling door partners moet een egalitaire winstdeling of een verdelingsmodel met kwaliteit als dominante maatstaf de standaard zijn.’

Perverse financiële prikkels derhalve: de commissie constateert dat ze er (nog) zijn. Daarbij wordt ook de combinatie controle- en adviesdiensten – het reguliere businessmodel van grote accountantsorganisaties – aan de orde gesteld: ‘Commerciële belangen van andere onderdelen van een grote organisatie (in het bijzonder advies) mogen niet in de weg staan aan de benodigde aandacht voor de kwaliteit van de controle. Uit belonings- en winstdelingsmodellen en de manier waarop over belangrijke investeringen in de kwaliteit en het kwaliteitbeheersingssysteem bij een deel van de accountantsorganisaties wordt beslist, blijkt dat dit nog niet altijd het geval is.’

Ook op andere punten is de CTA resoluut. Zo wordt vastgesteld dat uit onderzoek blijkt dat een verplichte kantoorroulatie niet leidt tot een betere kwaliteit van controles. Die maatregel werd rond 2012 ingevoerd en Nederland liep daarmee internationaal voorop. Zonder reden, zegt de CTA nu. Daarom moet Nederland nu in Europees verband gaan pleiten voor het geheel of gedeeltelijk schrappen van de verplichte kantoorroulatie.

De tussenrapportage van de CTA is hier te downloaden.