Tijdschrift Controlling,  4 december 2011
De eerste stappen op weg naar beheersing van de pensioenkosten zijn gezet. Maar niemand verwacht dat de uitwerking van het pensioenakkoord nu verder probleemloos verloopt en dat de gevolgen voor de bedrijfsvoering snel duidelijk worden. Een goede reden om nog even rustig achterover te leunen? Pensioenspecialisten waarschuwen dat niet te doen.
Akkoord gesloten, tijd om over een nieuw pensioencontract te gaan onderhandelen. Was het maar zo makkelijk. Deels door de complexiteit van de materie en deels door de grote belangen die ermee gemoeid zijn, krijgt de herziening van het Nederlandse pensioenstelsel maar langzaam vorm. Het eigenlijke Pensioenakkoord werd juni 2010 gesloten, politieke overeenstemming volgde in september 2011 en inmiddels heeft minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een onderzoekscommissie aan het werk gezet om uit te zoeken of het juridisch eigenlijk wel mogelijk is om de bestaande pensioenrechten in een nieuwe vorm te gieten: worden straks alle pogingen om de pensioenkosten onder controle te krijgen niet teruggefloten door de rechter? De commissie moet eind februari rapporteren.
Onzekerheden dus. Zijn ze zo groot dat in de bedrijfsvoering het pensioendossier voorlopig genegeerd kan worden? Nee hoor, zegt Ap Fraterman, secretaris pensioenbeleid van MKB Nederland en VNO-NCW. “Wat juni 2010 is afgesproken, is al geldig. Het belangrijkste element daarvan is de premiestabilisatie. De premies gaan niet verder omhoog: ondernemingen en hun werknemers kunnen erop rekenen dat ze komend jaar geen hogere pensioenpremie betalen dan ze gemiddeld de afgelopen jaren deden. Het wordt wellicht mogelijk dat daar uitzonderingen op gemaakt worden, maar dan zal dat ten koste gaan van de andere arbeidsvoorwaarden.” Fraterman maakt nog een voorbehoud: “In het pensioenakkoord staat dat deze afspraken moeten worden vastgelegd in de cao. Maar zoals bekend wordt dat akkoord niet door alle vakbonden gesteund. Het moet dus nog blijken of die categorie bonden zich aan dit onderdeel zal houden.”
Individuele ondernemingen hebben veelal geen directe invloed op deze cao-onderhandelingen, noch op de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds. Ook volgens Pieter van Rijsbergen van adviesbureau Aon Hewitt is dat geen beletsel nu al voor een actieve rol te kiezen. “Werkgevers die niet direct betrokken zijn bij de onderhandelingen kunnen proberen hun stem te laten horen via de werkgeversvereniging”, zegt hij. “Bovendien: pensioen is bij uitstek een onderwerp waarin medezeggenschap een grote rol speelt. De stappen die nu op centraal niveau zijn gezet bieden meer dan genoeg stof voor overleg met bijvoorbeeld de Ondernemingsraad. Voorkom dat werknemers zich dadelijk, als er een nieuw pensioencontract komt, overvallen voelen.”
Niet alleen verstandig, in sommige gevallen is het ook noodzakelijk nu al te handelen naar aanleiding van de recente ontwikkelingen. Dat geldt met name voor bedrijven met een verzekerde regeling (landelijk ongeveer 12 procent van de werknemers). Bij de Tweede Kamer zijn parallel aan de onderhandelingen rond het pensioenakkoord wetsvoorstellen ingediend rondom de pensioenleeftijd en de pensioenopbouwpercentages, die waarschijnlijk al in 2013 ingaan. Pensioenregelingen die bij verzekeraars zijn ondergebracht zullen moeten worden gewijzigd. Corry van Herpen van adviesbureau PensioenPerspectief geeft aan dat bij de wijziging compensatieregelingen noodzakelijk zijn die de schade van de werknemers minimaliseren. Anders zullen de wijzigingen niet worden geaccepteerd. Verder verwacht zij dat Defined Benefit-regelingen duurder worden. “Contracten met verzekeraars die op dit moment worden verlengd, kunnen tot 10 procent duurder zijn door de toegenomen levensverwachting en de lage rente”, aldus Van Herpen. Voor Defined Contribution-pensioenen staat de overgang naar een ander kostenregime op het programma. “Nu nog wordt eerst de beschikbare premie afgesproken en vervolgens de kosten afgetrokken, waarna het pensioen uit de rendementen op het resterende geld wordt gefinancierd. Vanaf 2015 zal het verplicht zijn een netto beschikbare premie af te spreken waaruit het pensioen gefinancierd wordt, en worden de kosten apart in rekening gebracht.”
Het overgrote deel van de Nederlandse werknemers, 75 procent, is echter aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds. Hoe hun pensioenregeling er de komende jaren uitziet, zal worden bepaald in cao-onderhandelingen. Zoals gezegd: grofweg kunnen bedrijven er vanuit gaan dat hun pensioenlasten de komende jaren niet meer stijgen en mochten ze incidenteel wel omhoog gaan, dan wordt dat gecompenseerd in de loonruimte. Is dat voldoende informatie om mee te kunnen rekenen?
Volgens Wim Koeleman, bij PwC Nederland voorzitter van de pensioensectorgroep, staat nog helemaal niet vast wat het exacte ‘startniveau’ voor de premiehoogte zal zijn. De ene partij is gebaat bij een laag niveau, de andere bij een hoog. “De vraag is hoe je dat niveau vaststelt. Het gaat om het niveau van ‘de afgelopen jaren’. Maar welke periode neem je? En welke elementen tellen mee als premie en welke niet? Moet je bijvoorbeeld de uitlooppremie van prepensioenregelingen meetellen? Ook is van belang op welk moment de nieuwe regeling van start gaat. Kies je 1 januari 2013, dan zijn de kosten meteen al 7 procent lager omdat vanaf dat moment kan worden gerekend met een pensioenleeftijd van 66 jaar. Over dit soort kwesties zal nog stevig onderhandeld worden.”
PwC peilde onlangs onder tachtig grote Nederlandse werkgevers de meningen over het pensioenakkoord. Uit dat onderzoek bleek dat driekwart denkt voor 2013 klaar te zijn met de aanpassing van hun pensioenregelingen. Koeleman kwalificeert dat als “een schromelijke onderschatting”, onder meer verwijzend naar de net genoemde kwestie. Ook wordt verwacht dat werknemers compensatie zullen eisen als de pensioenregeling soberder wordt. Dat zal de beoogde kostenbesparingen onder druk zetten. Die onderhandelingen vergen ook tijd.
Opvallend is daarnaast dat slechts 40 procent van de ondervraagden zegt de maximering van de premie te willen doorvoeren. Veel werkgevers met een eigen pensioenfonds geven aan de mogelijkheid open te houden om bij te storten in slechte tijden. Koeleman: “De verzorgingsgedachte leeft nog sterk bij werkgevers.”
Toch is de trend naar beheersing van de pensioenkosten dominant, zo blijkt ook uit de andere elementen van het pensioenakkoord: het meeademen van de pensioenleeftijd met de levensverwachting en het aanpassen van de pensioenuitkomst aan de ontwikkelingen op de financiële markten. Bovendien wordt die trend gestimuleerd uit een heel andere hoek, die van de boekhoudregels.
Hoe zit dat? De internationale verslaggevingsstandaarden (IFRSs), verplicht voor beursgenoteerde ondernemingen, kennen twee pensioencategorieën: Defined Benefits (DB) en Defined Contribution (DC). Een DB-pensioen houdt een verplichting in: het bedrijf verplicht zich tot een bepaald pensioen aan werknemers en dat moet een waardering krijgen. Daar tegenover staat het actief van de beleggingen van het pensioenfonds. Het saldo van die twee komt op de balans van de onderneming en alle mutaties gaan uiteindelijk via het eigen vermogen. Een DC-pensioen heeft het makkelijker: de betaalde bijdrage wordt geboekt als loonkosten en daarmee is de kous af.
Het overgrote deel van de Nederlandse pensioenen staat te boek als een DB-pensioen, maar omdat dit onderdeel van IFRS verzachtende regels kent, konden Nederlandse beursgenoteerde bedrijven tot nu toe voorkomen dat de volatiliteit in de beleggingen en verplichtingen van hun pensioenfonds hun eigen vermogen teisterde. Ralph ter Hoeven, partner van Deloitte Accountants en hoogleraar Financial Accounting aan de Rijksuniversiteit Groningen: “Deze verzachtende regels worden met ingang van 2013 afgeschaft. Als er niets verandert aan de Nederlandse pensioenen, wordt het eigen vermogen van veel grote bedrijven straks sterk afhankelijk van hun pensioenfonds. Over het algemeen zal dat niet worden geaccepteerd. Want het gaat om meer dan een cosmetische operatie. Zo zou het dividendbeleid gevaar kunnen lopen als gevolg van actuariële verliezen en daar zal de beurskoers vervolgens onder lijden.”
Of de Nederlandse pensioenen ook na 2013 nog als DB kunnen worden gecategoriseerd, hangt sterk af van de manier waarop het pensioenakkoord wordt uitgewerkt, aldus Ter Hoeven. “Dus alleen al om te voorkomen dat de verplichtingen en beleggingen van het pensioenfonds op de balans van het bedrijf moeten worden opgenomen, zal door werkgevers druk worden uitgeoefend er DC-pensioenen van te maken. Dat zal overigens ook een collectieve DC-vorm kunnen zijn. Dit hoeft niet per se te leiden tot strikt individuele regelingen.”
![]()
2013 haalbaar?
Beursgenoteerde bedrijven, IFRS-plichtig, kijken nauwlettend toe welke vorm de uitwerking van het pensioenakkoord krijgt. Zelf maken ze nog geen aanstalten om nieuwe contracten te ontwerpen. Hun inzet is een DC-pensioen, maar als dat op collectieve schaal al tot stand komt, zou een eigen initiatief nu overbodig zijn, zo zegt Ralph ter Hoeven van Deloitte. De Nederlandse verslaggevingsstandaarden (Dutch GAAP) houden de financiële toestand van pensioenuitvoerders strikt gescheiden van de jaarrekening van de onderneming. Kleine en middelgrote bedrijven die IFRS niet hoeven toe te passen hebben dus geen last van boekhoudkundige effecten van de diverse pensioenvormen.
Intussen is er genoeg twijfel of 2013 haalbaar is als begindatum voor nieuwe regelingen. De studiecommissie die minister Kamp heeft ingesteld, onderzoekt niet alleen de juridische haalbaarheid van het ‘invaren’ van bestaande rechten, maar ook de zogeheten intergenerationele effecten van het huidige akkoord. Of de lasten van de versobering van het stelsel gelijk verdeeld worden over de verschillende generaties, staat namelijk nog niet vast. Ook de resultaten van dat onderzoek kunnen leiden tot nieuwe uitkomsten cq. onderhandelingen.
![]()
Gepubliceerd in Tijdschrift Controlling, nummer 12 december 2011.